Een gezegend nieuwjaar

Zo rond de jaarwisseling wordt vaak een Psalm gelezen. Aan het begin van dit jaar 2026 wil ik de lezers meenemen naar Psalm 139 waarin wij voorbeelden van verbondenheid tussen de Eeuwige en de mensen vinden.
De Psalmdichter laat dat op verschillende wijzen zien. Over het begin kun je verschillend denken. De één voelt zich gekend door te horen dat God je kent en doorgrondt. Dat de Ene met al onze wegen vertrouwd zal zijn, helpt mensen om eraan vast te houden dat niets buiten Gods aandacht omgaat. Bij deze opvatting past dat je het als wonderlijk beschouwt. Dat je overal de Hemelse Vader aantreft, of het nu in de hemel is, of in wat hij noemt het ‘dodenrijk’. Dit is een positieve opvatting die door velen wordt gedeeld, maar anderen kunnen hiertegen inbrengen, dat een Alziend Oog van de Eeuwige ook heel bedreigend kan zijn. En met dat Alziend Oog bedoel ik een oog dat nooit eens een oogje toeknijpt. Bij deze bedreigende opvatting past ook de uitleg van het gezegde: ‘U legt Uw hand
op mij’. Iemand die een ongewenste bejegening heeft ervaren denkt hier heel anders over dan iemand die zo’n aanraking op prijs stelt.

De verschillen over de gevoelens die het begin van deze Psalm teweegbrengen zie je ook terug in het gebruik van verschillende Hebreeuwse woorden voor ‘hand’. In de zin ‘U legt Uw hand op mij’ betekent het gebruikte Hebreeuwse woord voor hand: een open handpalm, maar dan niet ontvangend naar boven toe geopend, maar omgekeerd, een opgelegde hand die grijpt. Die je zelfs naar de keel kan grijpen van benauwdheid.
Gelukkig dat deze hand later in de Psalm plaats moet maken voor een andere hand. Eerst een hand die verbinding maakt, die niet beetgrijpt maar aanraakt. En daarna de hand, de meest krachtige hand, die staat voor leiding geven en bescherming bieden. De verschillende woorden voor handen leren ons hoeveel uiteenlopende betekenissen en nuances er zijn.

Maar zou je nu deze Psalm kunnen karakteriseren? Er is een woord dat zevenmaal gebruikt wordt. En dat is het woord: kennen. Nu hebben wij dan de neiging om het als iets verstandelijks op te vatten. Maar dat is nu juist niet de bedoeling: het is niet rationeel, maar relationeel. Het Bijbels kennen, daar spreekt een diepe verbondenheid uit met anderen en ook met jezelf. Bovenal mag ik me verbonden weten met God. Daar gaat een bepaalde kracht vanuit, dat geeft mij een diep vertrouwen.
Je ziet het in het lied van haar vader dat Trijntje Oosterhuis zingt: ‘Ken jij mij?’ … Ken je mij? Wie ken je dan? Weet jij mij beter dan ik?
Het kennen heeft dus niets met het verstand te maken. Het is een zaak van het hart. Daarom spreekt men in bevindelijke kringen over: de kennis des harten.
Laat ik het met een ander voorbeeld illustreren: vroeger zei men als een jongen ‘vaste verkering’ had: ‘Die jongen heeft kennis aan dat meisje.’ Dan ging het er niet om hoe ze eruitzag, welke kleur ogen ze had, waar ze woonde en zo, maar dat hij haar kende met zijn hart en zij hem kende met haar hart. Over die kennis gaat het hier, die nabijheid, die verbondenheid. Het wordt wel ervaringskennis genoemd.
Zoals de Vlamingen zeggen: ‘Ik zie u graag’.
Ik wens iedereen toe dat wij dat in dit jaar met elkaar mogen delen.
Ds. Jan Esveldt
terug
×