Pasen

Hoeveel mensen zullen het geweest zijn die samen met Jezus mee hebben mogen lopen? Of die op weg gingen naar Hem toe? Het zullen er ontelbare geweest zijn. Mensen die dicht bij Hem stonden en Hem bijna dagelijks zagen en ook mensen die toevallige passanten waren. Allemaal hebben ze Hem gezien en gehoord. Maar of ze Hem ook daadwerkelijk kenden?

In de afgelopen veertigdagentijd hebben wij veel verhalen gehoord over Hem, Jezus. Verhalen over hoe Hij steeds meer zichtbaar werd in deze wereld en het elke keer meer duidelijk werd dat hij daadwerkelijk Zoon van God is. Het zijn verhalen waar wij tot op de dag van vandaag van kunnen leren. Waarschijnlijk zijn we ook nooit uitgeleerd. Want kunnen wij nu zeggen dat wij zoveel eeuwen later echt weten en begrijpen wie Jezus was?

Vertroebelde blikken zullen er altijd zijn, en die zullen wij ook vaak hebben. Al is het maar door wat er in de wereld gebeurt of door wat er in ons eigen leven gaande is. De donkerte en soms zelfs diepe duisternis maken het voor ons moeilijk om uitzicht te houden. Maar ook ons egoïsme en hebberigheid zorgen voor een waas voor onze ogen. Onze angsten en verlangens wijzen ons soms de verkeerde weg.

In de wereld om ons heen en vaak ook in ons eigen leven heerst soms duisternis. Moeite en pijn van het leven maakt het onmogelijk om verder te durven kijken. De mens lijdt dikwijls het meest door het lijden dat men vreest. Maar er zijn momenten dat het gevreesde toch echt waarheid wordt. Jezus heeft het keer op keer over wat er met Hem zou gaan gebeuren. Wij kennen Hem niet goed genoeg om te weten hoe hij daar tegenaan keek. Maar deze veertigdagentijd is daar wel het symbool van geworden: de lijdenstijd. Een tijd van bewustwording, van soberheid. Wij zien dat terug in de liturgische kleur paars, die staat voor boetedoening, inkeer en droefheid. Maar, paars staat ook symbool voor hoop en verwachting dat het goede overwint.

Dwars door de donkerte heen kleurt er al iets door van het licht van Pasen. Soms kleurt het al even roze, zoals op zondag Laetare, de vierde zondag van de veertigdagentijd. Dat licht laat ons zien dat het onmogelijke toch echt waar kan zijn, het onvermoede wordt steeds meer zichtbaar.
In de Paasnacht en op Paasmorgen zal dat nog veel meer zichtbaar worden als de nieuwe Paaskaars wordt binnengedragen. In Wageningen, waar ik woonde, vierden we Pasen op zondagmorgen heel vroeg. Het was nog donker als wij naar de kerk gingen. In de kerk was het ook donker en stil. Vlak voor de dageraad kwam de nieuwe Paaskaars de kerk in. Aan die kaars staken wij allemaal een klein kaarsje aan. Daarna werd het Paasevangelie gelezen en in de kerk en ook daarbuiten werd het dan langzaam steeds lichter. Het was een ontroerend moment terwijl wij luisterden en zongen met de tranen in onze stem. Tranen van blijdschap wel te verstaan. Want op dat moment voelden we aan alles dat het echt Pasen was. In dat Paaslicht vieren wij de opstanding van Jezus, die door de dood heen is gegaan en terugkwam. Opstond in het morgenlicht op de derde dag.

We lezen de verhalen, zingen de liederen, ook zo bereiden wij ons voor op het Paasfeest. Langzaamaan druppelt het licht door in de woorden en de muziek. Elke noot is een stap op de weg, elk woord is een blik opzij. Ga ik met Hem mee? Durf ik het aan om vanuit het donker het licht in te stappen? Geloof en vertrouw ik voldoende in Hem, ook al herken ik Hem niet altijd?

Het is het een zoeken en een tasten. Maar wel met een zekerheid. In alle verhalen klinkt elke keer weer dat God ons niet los zal laten. Hij zal bij ons blijven, op de groene weide en door het donkere dal. Zijn licht zal altijd een spoor zijn voor onze voeten. Het spoor dat wij mogen volgen totdat wij allen aan mogen komen in Gods koninkrijk. Keer op keer zullen wij met Pasen vieren dat Jezus is opgestaan, wetend dat Hij voor onze zonden is gestorven en door de dood heen weer terugkwam, ook hier bij ons.

Dorine Keizer
Kerkelijk werker Ichthuskerk
 
terug
×